Wikia


Eb en vloed is een zeer speciale vertoning van de kunst van de vissen. Eb staat voor Ebbus en Vloed staat voor vloedius. Dit zijn de twee grondleggers van de Kili-theorie. Zij leefden in de middeleeuwen op de maan, en waren dat wat we nu goudvissen noemen. Eigenlijk zijn goudvissen dus buitenaardse wezens, die bijzonder angstaanjagende krachten bezaten. Ze konden van de maan op de aarde springen.

Hun nakomelingen uit deze tijd op de aarde, bezitten ze nog wel, maar door lange onderdrukking in kleine vissenkommetjes konden goudvisjes niet meer groeien. Ze konden hun krachten pas gebruiken als ze groter waren dan 14,205 cm, maar ze hadden op aarde geen kans om te groeien. Hun gaven konden dus ook niet ontwikkeld worden. De rare goud-oranje kleur van de vissen, is dan ook te verklaren met de wetenschap dat deze wezens buitenaards zijn.

Terug naar de Kili-theorie. Nu komt er een stukje geschiedenis. Ebbus en vloedius waren een verliefd stelletje vissen, die leefden op de maan. Zij waren, samen met de broer van Ebbus, de enige vissen die over waren op de maan, na een verschrikkelijke metoriet-inslag. Na de meteoriet-inslag, heeft de broer van Ebbus vloedius gered. Na deze dappere redding was Vloedius opslag verliefd op hem. Ebbus ging bijna dood van liefdes verdriet, en besloot zelfmoord te plegen. Hij maakte zich los van de maan, of anders gezegd: hij sprong met zijn domme kop van een ronde bal die niet eens een einde had. Ja, de maan was niet plat he. Ebbus kwam gek genoeg in de zee op aarde terecht. Van pure ellende begon Ebbus met het leegdrinken van de zee. Gelukkig zag Vloedius net optijd dat Ebbus wegwas, en sprong ook van de maan. Op dat moment begon Vloedius huilen. Tranen van nakomelingen dropen over haar schubben. De kleine visjes vulden de zee weer op, en toen Ebbus dit merkte stopte hij met drinken en realiseerde hij zich dat hij niet meer alleen was.

Helaas hebben deze nakomelingen een kort leven, in tegenstelling tot Ebbus en Vloedius. Een paar keer per dag stertf de helft van de nakomelingen. Ebbus wordt hier elke keer weer emotioneel van, en drinkt van verdriet (hij is een waterholist) Vloedius komt hier na een paar uur achter en huilt om haar man, tranen van nakomelingen. Als Ebbus dat ziet stopt hij met drinken.

Soms sterven alle visjes, Ebbus word dan zo verdrietig dat hij extra veel drinkt. Soms ziet vloedius het niet meer zitten en dan huilt zij extra lang, de nakomelingen zijn dan springvisjes, deze springvisjes gaan langzaam weer dood zodat het normale ritme weer hervat word.

In het dagelijks leven gaat dit proces nog steeds door. Elk schrikkeljaar gaan Ebbus en Vloedius aan wal, naar het Kili-eiland. Daar aanbidden zij de maan die hun hier gebracht heeft op deze invloedrijke en belangerijke plaats op aarde.